Op het tweede gezicht…

Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn van het ogenblik, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig. (2 Korintiërs 4:18)


1 reactie

Jezus op Facebook!

Al gezien?
Jezus postte een paar berichtjes op Facebook!

Ik heb er een drietal voor jullie verzameld. Hier volgen ze:


Kruis Jezus Christus – vandaag om 14:03 uur

Gisteren liep bijeenkomst uit. Wilde mensen niet zonder eten naar huis sturen.
Mijn discipelen opdracht gegeven hen te eten te geven. Ze kwamen af met 5 broodjes en 2 vissen…
Iedereen stomverbaasd toen ik daarmee 5000 mannen en heel pak vrouwen en kinderen te eten gaf!


vind-ik-leuk
86.365 mensen vinden dit leuk.

Lees verder


2 reacties

De mens wikt en beschikt!

De mens wikt! En beschikt?

De mens wikt! En beschikt?

Geen antwoord
‘Dus, ik herhaal even. Jij zegt: God is er altijd geweest. Hij is het Begin en het Einde. Hij is eeuwig. Hij is de Schepper van alles.’
  ‘Ja, dat klopt.’
‘Maar dan is Hij dus ook de Schepper van het kwade?! Als Hij aan het begin van alles staat, dan dus ook van het kwade, niet? Christenen zeggen dat het kwaad van de duivel komt. Maar God heeft de duivel, die eerst een van Zijn engelen was, toch gemaakt? De satan had een eigen wil gekregen. Hij kon blijkbaar kiezen om hoogmoedig te worden? Hoe kon hij dan hoogmoedig worden in een volmaakte schepping? Was alles dan toch niet zo volmaakt? Of was het vanaf het begin Zijn bedoeling dat dit allemaal zo zou lopen…?’

Vragen waarop onze antwoorden vaak tekort schieten of op zijn minst onvolmaakt zijn.
God maakte de mens niet als robot zodat deze Hem verplicht zou liefhebben. Zelfs zijn engelen hadden de keuze om voor of tegen Hem te kiezen. Want pas dan kan je écht kiezen, uit overtuiging en liefde. Niet als een plicht. En als je mag kiezen, moet er ook iets te kiezen zijn…

Geeft mij deze onduidelijkheid zoveel twijfel dat ik besluit dat het ‘dus toch allemaal niet klopt en niet uit te leggen is’?
Nee, toch niet!
Want ik weet ook andere dingen.

Hoe is het mogelijk!
Ik moet aan Job denken. Hij dacht te weten hoe het allemaal in elkaar zat. Hij dacht God te kennen. Hij dacht Zijn handelen te kunnen verklaren. God wilde daar graag meer over horen van Job. Als een beklaagde mocht hij voor de Rechter verschijnen. Hij werd verhoord door de Schepper zelf. Hij wist het toch allemaal? Dus hij mocht het ook gaan uitleggen aan God.

Job mocht het gaan uitleggen aan God.

Job mocht het gaan uitleggen aan God.

En wij…? Zijn wij niet als Job?
Wij weten toch ook precies hoe het allemaal zit.
Wij weten wat juist is en wat niet.
Wat rechtvaardig is en niet, wij bepalen het!
‘God, het kan toch niet zijn dat…!’
‘Waarom gebeurt dit…!’
‘U kan toch niet toestaan dat…!’
‘Als U een God van liefde bent, hoe is het dan mogelijk dat…!’
Wij zijn de maatstaf! En wij oordelen en veroordelen… met onze maatstaven.

Wie zeg jij dat Ik ben?
Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven, durfde Iemand 2000 jaar geleden te zeggen.
En Hij vroeg het ook aan Zijn volgelingen: ‘En wie ben ik volgens jullie?’ ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus. (Mattheüs 16: 15-16, NBV)

Wie is Jezus volgens jou?

Dat kunnen we enkel ten volle vatten als God het ons openbaart. Het is iets dat Hij alleen maar in ons hart kan leggen. Jezus zei Petrus dat zijn belijdenis hem niet door mensen was geopenbaard maar ‘door mijn Vader in de hemel.’ (Mattheüs 16: 17b, NBV)

We kunnen enkel bij Hem komen als het ons door de Vader gegeven is. Toen Jezus dit zei ‘trokken veel leerlingen zich terug en gingen niet verder met hem mee’. Jezus vroeg zijn discipelen of zij ook wilden weggaan. Maar Simon Petrus beleed opnieuw dat Jezus volgens hem de Heilige van God was. ‘Naar wie zouden we moeten gaan, Heer?’ zei Petrus. ‘U spreekt woorden die eeuwig leven geven, en wij geloven en weten dat u de Heilige van God bent.’ (zie Joh. 6: 65 – 69)

Herken je dat gevoel?
Naar wie zou ik moeten gaan?
Welk alternatief heb ik als ik Jezus loslaat?
Is hetgeen de wereld me biedt méér en béter dan Zijn Woorden van eeuwig leven?
Is dát beter dan een leven met Hem en in Zijn nabijheid?
Wat antwoord jij op de lokroep van de wereld als Jezus je vraagt: ‘Wil je me ook verlaten?’

Bescheidenheid
Job dacht iets van God te weten, maar gaf na Gods uitleg en tussenkomst toe dat hij God eigenlijk maar kende van een afstand.
‘Eerder had ik slechts over u gehoord,
maar nu heb ik U met eigen ogen aanschouwd.
Daarom herroep ik mijn woorden en buig ik mij,
zoals ik hier zit in het stof en het vuil.’ (Job 42: 5-6)

Mij past bescheidenheid, zoals Job. Voor die grote almachtige Schepper van hemel en aarde is het enkel gepast om te buigen en te zwijgen. Niet uit angst, maar uit diep ontzag en respect om wie Hij is. Een verterend vuur maar ook een liefdevolle Vader. Zijn trouw en goedheid zijn oneindig.

Maria luistert aan de voeten van Jezus.

Maria luistert aan de voeten van Jezus.

Ik hoef niet alles te begrijpen. Boven alles wil zoals Petrus proclameren dat Jezus de messias is, de Zoon van de levende God!
‘Slecht één ding is nodig.’ Aan Zijn voeten wil ik zitten en luisteren naar Zijn woorden die leven geven (zie Lucas 10: 38-42).
Mmmm… heerlijk veilig!


2 reacties

De mens: gevangen door zichzelf

Wij wonen in een oude volkswijk van Hasselt. Het is een dorp op zich. Doorgaans prettig om te wonen. Dichtbij de stad. Alle voorzieningen in de buurt. Behoorlijk goed onderhouden straten en pleinen.
Maar het is ook een volkswijk. En dat merk je nog wel eens ’s avonds of in de weekends. Dronken mensen. Ruziënde mensen. Drugsgebruikers. Brand. Moord. Mensen met psychische problemen.

De nood van de mens komt hier vaak hard op je af. Mensen die het spoor bijster zijn en op de automatische piloot verder hobbelen. Verstijfd door verdriet en lijden of medicijnen.  Mensen die verkrampt en verstard voor zich uitstaren. Haast onbereikbaar verzonken in eigen problemen en gedachten. Opgesloten in zichzelf.

Het grijpt me altijd weer aan, mensen die degenereren tot een soort verstarde, emotieloze robots, terwijl er bij hen van binnen zoveel gaande is…
Ze gaan maar verder maar er lijkt haast geen leven meer in te zitten. De hoop is weg. Het vuur geblust. Ze lijken in de modus van overleven te staan.

Hoe kan een mens toch verworden tot een gevangene van zichzelf. Opgesloten en onbereikbaar.
Je zou het leven over hen willen uitblazen. Dat ze weer vreugde en blijdschap mogen vinden. Vrijheid, echte vrijheid mogen leren kennen. Dat ze weer zouden dansen en jubelen. Dat ze weer kunnen geven aan anderen en er voor anderen kunnen zijn. Dat ze kunnen zijn zoals ze bedoeld zijn.

Om daar iets van te begrijpen moeten we terug naar de eerste mens op aarde. Het ging toen al snel fout. Al van bij het ontstaan van de mens werd hij verleid om te zijn wie hij niet is en te doen en te willen weten wat niet voor hem beschikt is.  “Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend.” (Genesis 3:5) zei de Satan tegen de eerste vrouw op aarde.

De mens trapte in de val en kreeg er gebondenheid, verdriet en pijn voor terug. De relatie met zijn Schepper werd verbroken. De mens ging een eigen weg, hunkerend naar dat gevoel van sterke verbondenheid die hij voordien zo intens beleefd had. Alleen zoekt de mens het dit keer niet meer bij God maar in alles wat de wereld vandaag te bieden heeft.
De gapende leegte en de eenzaamheid door te leven zonder God krijgt hij met niets dat deze wereld biedt, weggespoeld. De mens doolt rond op de aarde zonder kompas. En zo zie je steeds meer mensen wegzakken in ellende, verdriet, pijn, teleurstelling, leegheid en zinloosheid. Het leven en alle geneugten brachten niet op wat beloofd werd…

De duivel, de gevallen engel, wilde zichzelf centraal stellen en aanbeden worden. Hij zocht een plek en beijverde een positie die hem niet toekwam. Hoe bent u uit de hemel gevallen, morgenster, zoon van de dageraad! U ligt geveld op de aarde, overwinnaar over de heidenvolken! En ú zei in uw hart: Ik zal opstijgen naar de hemel; tot boven Gods sterren zal ik mijn troon verheffen, ik zal zetelen op de berg van de ontmoeting aan de noordzijde. Ik zal opstijgen boven de wolkenhoogten, ik zal mij gelijkstellen met de Allerhoogste. Echter, u bent in het rijk van de dood neergestort, in het diepst van de kuil! (Jesaja 14: 12-15)

De duivel werd trots en hoogmoedig. Hij werd uit de hemel geworpen en eindigde in het rijk van de dood. Hij gebruikt al zijn macht en kracht om zoveel mogelijk mensen achter zich aan te krijgen, weg van het leven naar de dood. Hij is er op gebrand om Gods schepselen van hun bestemming af te halen. Hij wil onze drang om onze eigen verlangens en dromen na te jagen, versterken. Niet wat God wil, maar wat ik wil. De duivel wil dat we onszelf zoeken. Dat we onze eigen koninkrijkjes bouwen en ‘ons vlees volgen’.

vrijheid

Maar we zijn er niet voor gemaakt en bedoeld om onze eigen wil en onze verlangens te volgen. Tenminste, als die niet in overeenstemming zijn met wat God graag ziet gebeuren. Als we najagen wat Hij niet voor ons bedoeld heeft, storten we ons in het verderf. We vinden onze rust en vrede enkel in een leven mét Hem.

Onze Schepper is de juiste Persoon om ons te zeggen hoe wij ons leven zo optimaal mogelijk vorm kunnen geven. Alleen Hij weet hoe een mens een voldaan leven kan leiden. Hij gaat op weg met ons om herstel te geven, groei, blijdschap, vrede, tevredenheid, etc.
Hoe we ook vergroeid en verkrampt zijn door het leven dat op ons inbeukte. Hij weet er raad mee. Hij zegt: “kom maar, we gaan samen op pad! Er is hoop en toekomst voor jouw leven. Ik zal je rust en vrede geven en je vernieuwen.”

Met Zijn liefde weet Hij de pijn en het verdriet weg te smelten. Emotieloze robots ontdooien tot mensen die weer leven, vrede en blijdschap kennen, zich weer kunnen verheugen.

Jezus klopt op de deur van ieders hart. Hij wil graag maaltijd (contact) met je houden. Hij wil een intieme en persoonlijke omgang met je. Hij wil je graag zien leven in vrijheid en vreugde. Met vrede in hart en ziel. Hij heeft er alles voor gedaan om hiervoor te zorgen. We moeten enkel erkennen dat Jezus werkelijk de Zoon van God is. Zijn uitgestoken en doorboorde hand grijpen, de deur openen en maaltijd met Hem houden (met Hem omgaan).

Een heel nieuw leven vol hoop, passie, kracht en doelgerichtheid breekt dan aan. Nee, niet een leven zonder pijn, ellende, verdriet. Maar in dat alles wel een bestendige vrede, een weten dat Hij alles weet, ziet en in de hand heeft en dat alles goed zal komen.

Dat is een rust die alle verstand te boven gaat. “En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.” (Filippenzen 4:7)

Is dat niet waar elk mens eigenlijk zo hard naar snakt?